ROEL CARIS

ROUW-, VERLIES- EN STERVENSBEGELEIDING & BEGELEIDING BIJ ZINGEVINGSVRAGEN

Verlies van zindragende structuren

Voorheen werd voor veel mensen datgene dat als zinvol en zingevend was aangereikt door grotere structuren zoals religieuze instituten, levensbeschouwelijke stromingen, samenlevingsverbanden(in een dorp of kleine gemeenschap) en tradities. Deze grote structuren zorgden voor een gemeenschap waarin we een plek hadden, reikten ons een kader aan waarbinnen we datgene dat ons overkomt konden verklaren en daarnaast schotelden ze ons, al dan niet dwingend, nastrevenswaardige doelen voor. Tegenwoordig zijn deze zindragende structuren uitgedund en zijn we, zonder ons ervan bewust te zijn, ook het belang van zingeving en de zingevende ander uit het oog verloren. We zijn beland in een maatschappij waarin het “survival of the fittest” principe de boventoon voert. Het aantal zelfdodingen is sinds de tweede wereldoorlog gestegen met 60% ondanks een toename van de welvaart. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat er nauwelijks een correlatie is tussen de toename van de welvaart en geluk en een verlaging van het aantal zelfdodingen. Er bestaat echter wel een correlatie tussen het ontbreken van zin en het aantal zelfdodingen.

Het lijkt erop dat we het kind met het badwater hebben weggegooid.......maar gelukkig kunnen we ook in een maatschappij zonder deze grote structuren zin en betekenis aan ons leven geven, al dan niet met begeleiding.


De keerzijde van onze moderne geseculariseerde samenleving

In onze huidige op instant genot gerichte samenleving wordt vooral de aandacht gevestigd op het zinnige en nuttige in plaats van het zinvolle en betekenisvolle. Maakbaarheid, individualiteit en ik-gerichtheid, een volle agenda en uiterlijk nemen tegenwoordig een belangrijke plaats in. Over het algemeen is er weinig aandacht voor zingeving, de kwetsbare kanten van ons leven en van het leven in het algemeen. Daarom zijn onderstaande vragen vaak onderbelicht:

  • Hoe kan ik mijn leven (meer) betekenis geven?

  • Wat zijn voor mij belangrijke nastrevenswaardige normen en waarden en hoe kan ik die in de praktijk vorm geven?

  • Hoe kan ik op een positieve manier met tegenslag omgaan?

  • Hoe kan ik goed leven in samenspel met mijn omgeving en de mensen om mij heen?

  • Wat is voor mij belangrijk in het contact met anderen?


Zingeving en geluk

Gestimuleerd door onze westerse samenleving, via o.a. de sociale media, zijn we steeds maar op zoek naar hedonistisch geluk in de vorm van eten, reizen, drinken e.d. We gaan van de ene gelukkig makende en genot gevende ervaring op zoek naar de andere vanuit het idee dat als we het vervelende vermijden en steeds maar meer gelukkig makende ervaringen hebben, we pas echt gelukkig zijn. Dit resulteert echter in een steeds groter wordend gevoel van leegte en zinloosheid zeker als het op een materiële en individualistische manier wordt ingevuld. Zingeving speelt in deze dus geen rol. We hoeven deze vorm van geluk niet te vermijden maar we dienen het op zijn waarde te schatten en naast duurzamere vormen van geluk te zetten.


Zingeving en geluk hebben een enigszins vreemde verhouding met elkaar.

We kunnen ons gelukkig voelen als het leven ons mee zit, we gezond zijn en genoeg geld hebben. Voor zingeving is dit alles echter geen voorwaarde. Uit onderzoek blijkt dat:

  • Rijke en gezonde mensen niet als vanzelfsprekend hun leven als zinvol ervaren.

  • Arme mensen en/of mensen die ziek zijn zeer zeker in staat kunnen zijn om een betekenisvol leven te leiden.


Daarnaast is het zo dat datgene wat zingevend is niet altijd gelukkig makend hoeft te zijn. De zorg voor de ander (naast die voor mezelf), de verbinding met de ander of het nastreven van een betekenisvol doel resulteert niet altijd in geluk maar wel in zin en vervulling. Geluk is in deze een bijproduct maar dan zonder de kenmerkende leegte van hedonistisch geluk. Deze laatste vorm van geluk is een duurzamere vorm van geluk die ook wel eudaimonisch geluk wordt genoemd.


Het belang van zingeving volgens anderen

Volgens Dirk De Wachter (psychiater en hoogleraar aan de Universiteit van Leuven) is zingeving zeker geen onzin. In de huidige geseculariseerde, individualistische, veeleisende en overprikkelende samenleving waarin alles fantastisch, leuk, succesvol, mooie en knap moet zijn, zijn we volgens hem het samenleven verleerd. Er is nog maar weinig ruimte voor de ander, laat staan voor de kwetsbaarheid van onszelf en de medemens en het leren leven met die kwetsbaarheid. Hij is ervan overtuigd dat we in het contact met de ander ontsnappen “....aan de gevangenis van de zelvigheid, de ikkigheid, de nikserigheid.” Zonder zin/zingeving worden wij in existentiële zin ziek, zegt De Wachter. Veel hedendaagse problematiek, ook psychiatrische problematiek, komt volgens hem voort uit het feit dat we vergeten zijn dat de mens een verbonden wezen is en dat de zin van ons leven vorm krijg in de zorg voor de ander. Van het aloude ideaal “Liberté, égalité et fraternité” dat geïntroduceerd werd tijdens de Franse revolutie is heden ten dage de waarde vrijheid uitvergroot ten koste van de waarden gelijkheid en broederschap, aldus De Wachter.


Viktor Frankl’s (1905-1997) visie op zingeving komt naar voren in het volgende citaat: “Het gaat er niet om dat wij het leven naar onze hand zetten, maar dat wij het leven zoals het zich aandient respecteren in zijn volheid, positief en negatief. En dat we proberen te ontdekken welke betekenis hierin voor ons schuilt.” Onze persoonlijke ontwikkeling ligt hiermee niet in het vormgeven van omstandigheden maar in de ontwikkeling in onszelf en de omgang met verlies en verdriet.” Frankl wordt samen met een aantal anderen gerekend tot een van de belangrijkste representanten van de humanistische psychologie. Hij heeft gedurende drie jaar gevangenschap in, zoals hij ze zelf noemde de “levende laboratoria”, de concentratiekampen Theresiënstadt, Auschwitz – Birkenau, Dachau en Türkheim zijn ouders, broer en vrouw verloren en aan den lijve ervaren hoe het ondraaglijke draaglijk gemaakt kon worden.


Prof. Dr. Jim van Os (hoogleraar Psychiatrische epidemiologie) pleit in een artikel in het Reformatorisch Dagblad voor meer aandacht voor het effect van aandachtig luisteren naar iemands levensverhaal, meer ruimte voor een omgeving die hoop biedt en aandacht voor zingeving in de geestelijke gezondheidszorg. Hij vraagt zich af of we anno 2018 bij de 1,1 miljoen mensen in Nederland die antidepressiva slikken niet zingevingsproblemen aan het medicaliseren zijn. Hij ziet het als zijn hoofdtaak om “... patiënten te ondersteunen bij het ontwikkelen van weerbaarheid tegen de kwetsbaarheid die zich in hun leven heeft gemanifesteerd. Dat vergt van deze mensen moed, aanpassingsvermogen en het nadenken over nieuwe doelen. Dat is een proces over de tijd, niet een snelle symptoombestrijding.” Deze kwetsbaarheid is bij iedereen verschillend en mede afhankelijk van wat iemand heeft meegemaakt in zijn leven. Zijn visie is dat: “De mammoetbedrijven, waar het draait om geld, maakbaarheid en meetbaarheid, moeten plaatsmaken voor lokale, kleinschalige ggz-organisaties waar hoop- en betekenisgeving centraal staan”. De kwaliteit van het contact tussen therapeut en cliënt is volgens hem van groter belang in de effectiviteit van een behandeling dan het medicijn of de vorm van therapie die ingezet wordt. Verder ziet hij een relatie tussen de ervaring van zinloosheid bij patiënten binnen klassieke ggz en de vraag naar euthanasie. Aandacht voor zingeving is volgens hem dan ook van cruciaal belang.


Zingeving en positieve gezondheid

Machteld Huber(voorheen huisarts en oprichter Institute for Positive Health) is ervan overtuigd dat we een overstap moeten maken van alleen de ziekte behandelen naar het bevorderen van gezondheid. Dit behelst volgens haar meer dan voeding en beweging. Ook sociale participatie en zingeving dienen in ogenschouw genomen te worden. Volgens haar is zingeving zelfs de sterkste gezond makende factor überhaupt.


Machteld Huber legt in het door haar ontwikkelde gezondheidsconcept de nadruk op een betekenisvol leven, op veerkracht en op wat mensen zelf het liefst willen veranderen. Deze factoren komen in de huidige statische definitie van gezondheid van de WHO, die stamt uit 1948, niet voor.


“Positieve Gezondheid slaat een brug tussen zorg en welzijn. Daardoor zullen oplossingen niet langer als vanzelfsprekend en uitsluitend in het medische circuit worden gezocht” en daarnaast “....weten uiteenlopende zorgorganisaties en maatschappelijke instellingen elkaar beter te vinden rond hetzelfde doel: meer mogelijkheden waarmee mensen een veerkrachtig en betekenisvol leven kunnen leiden” aldus Huber.


Hubers visie op gezondheid is anno 2018 doorgedrongen tot een aantal huisartsen praktijken, het Jeroen Bosch ziekenhuis, zorgverzekeraars, de provincie Limburg en zelfs een aantal gemeenten in de provincie Limburg hebben hun begroting geordend naar de zes hoofddimensies van Positieve gezondheid zoals blijkt uit een artikel in “Arts en Auto”. Ook de Federatie Medisch Specialisten hebben de ambitie uitgesproken dat in 2025 de medisch specialisten handelen vanuit Positieve Gezondheid.